Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Krachtige vrouwen: Trui verloor haar zoon in het verkeer en geeft nu lezingen om jongeren te sensibiliseren

Door De Redactie

Het leven kan je voor zware beproevingen stellen. Maar het spreekwoord zegt: ‘What doesn’t kill you, makes you stronger.‘ In deze minireeks vertellen vijf lezeressen over hoe ze weer opveerden na hun tegenslag, en waar zij hun kracht uit putten.

“Ik ben geen enkele dag in mijn bed blijven liggen. Soms denk ik dat het Vincent zelf is die mij kracht geeft, dat hij me een schop onder mijn kont geeft.”

Trui (56): “Eén moment en je leven kan als een kaartenhuisje in elkaar vallen. Mijn geluk, dat waren mijn twee kinderen. Als ze je de helft afnemen, dan kun je nooit meer echt gelukkig zijn. Enkele maanden geleden ben ik mijn vader van 86 verloren. Weet je dat ik geen tranen had om hem? Ik heb het grootste verdriet dat mogelijk is in een leven gehad. Het was altijd ‘wij met vier’. En vijfenhalf jaar geleden werd het plots ‘wij met drie’.

Zijn jas aan de kapstok

Vincent was 22. Hij was om vijf uur vanop een fuif naar huis vertrokken. Om zeven uur is hij verongelukt met de wagen op een baan die niet naar ons huis liep. Hij had niet gedronken, hij is in de gracht beland en was op slag dood. Wat er precies gebeurd is, zullen we nooit weten.

Sindsdien zit hij 24 uur op 24 in mijn hoofd. Hij is de eerste aan wie ik denk als ik wakker word, het laatste beeld waarmee ik ga slapen. De pyjama die hij de nacht voor hij stierf aanhad, ligt al vijf jaar mee in mijn bed. Zijn tandenborstel staat nog in de badkamer, zijn jas hangt nog aan de kapstok. Elke ochtend laad ik zijn gsm op. Die lag in zijn auto toen hij verongelukte, maar was niet kapot. Zijn berichten lezen, dat durf ik niet. (lachje) Maar twee keer per week – de dagen dat hij vroeger moest gaan werken – gaat zijn wekker nog altijd af. Of dat kracht geeft? Nee. Maar het is iets van hém. We hebben alleen nog maar de herinneringen in ons hoofd. We kunnen hem niet meer vastnemen, we krijgen geen knuffels meer. Dan is al dat materiële dat je nog hebt, belangrijk. Op die manier houd ik ’m nog een beetje bij mij. Zijn urne staat nu bij ons thuis, maar de eerste jaren lag hij op het kerkhof. Ik ging elke dag twee keer naar zijn graf. Op weekend gaan kon niet, ik moest elke dag bij Vincent geweest zijn. Op een bepaald moment dacht ik: ‘Zie hem hier nu liggen tussen twee oude mensen, hij hoort hier niet thuis.’ Twee weken later stond hij hier op de kast. In de winter denk ik dan: ‘Het is aan het vriezen buiten, goed dat ie thuis is.’ Zot hé, maar dat geeft toch wat rust.

Het besef dat je zoon er écht niet meer is, dat komt pas geleidelijk. Ik het begin hoorde ik de voordeur en dacht ik: ‘Ah, Vincent is thuis.’ Of ik hoorde een krak op zijn kamer en dacht: ‘Vincent gaat naar het toilet.’ Die eerste maanden heb je nog veel te doen, mensen komen langs, vrienden sturen een berichtje. Maar na een tijdje merk je dat dat wegvalt. Men vindt dat het tijd is om je te herpakken. Als ik over Vincent begin, dan praten ze over iets anders. Als ik op mijn werk een liedje hoor dat me aan Vincent doet denken, dan moet ik mijn tranen inhouden, want collega’s weten anders niet wat zeggen. Dat voel ik niet bij de lotgenoten die ik heb leren kennen via OVK, Ouders van Verongelukte Kinderen. De gesprekken daar zijn anders. Je mag lachen en twee seconden later in tranen uitbarsten, zij begrijpen dat. Bij hen kan ik helemaal mezelf zijn.

De reizende keitjes

In die vijf jaar en half dat Vincent dood is, ben geen enkele dag in mijn bed blijven liggen. Soms denk ik dat het Vincent zelf is die mij kracht geeft, dat hij me een schop onder mijn kont geeft. En mijn dochter Michelle, natuurlijk. Zij heeft ook recht op een mama. Maar moest zij er niet zijn, dan was ik er misschien niet meer geweest, dat geef ik eerlijk toe.

We hebben het ook als koppel moeilijk gehad, mijn man en ik. Ik was veel emotioneler, mijn man deed alsof er niks was, maar zat ’s avonds wel te wenen op Vincents slaapkamer in plaats van naar mij te komen. We zijn samen in therapie gegaan, en dat heeft voor een kentering gezorgd. Leren luisteren, elkaars verdriet respecteren, begrip tonen zonder dat je veel zegt, dat hebben we daar geleerd.

Ik geef soms lezingen op scholen om jongeren te sensibiliseren over de gevaren in het verkeer. Daar haal ik ook veel kracht uit. Over Vincent vertellen, over het gemis dat hij achterlaat, zin geven aan zijn dood opdat anderen het niet zouden moeten meemaken… Als ik dan nadien een berichtje krijg van zo’n jongere die zegt dat hij dat nooit zal vergeten, betekent dat heel veel voor mij. Het maakt me niet bitter dat ik mijn zoon moest afgeven en dat zij er nog zijn, nee. Ik merk dat kunnen praten over Vincent, over mijn emoties, mij sterker maakt. Dat er nog over hem verteld wordt, ook verhalen die we nog niet kennen. Op de herdenking van zijn eerste sterfdag had ik aan iedereen een zwart steentje meegegeven waar ik Vincents naam op geschilderd had. Het waren de keitjes die Vincent de zomer ervoor uitgekozen had voor in de tuin, maar hij heeft ze er nooit zien liggen. Het was zijn droom om ooit nog een wereldreis te maken. Die steentjes gaan nu mee op reis met de vrienden, ik maak er ook nog elk jaar bij. Dat mensen op hun reis stilstaan bij Vincent en een prachtige plek uitzoeken om het steentje achter te laten, dat doet me telkens ontzettend veel deugd.”

Volgende week lees je het verhaal van Lief die ontslagen werd op haar 52ste, maar ondanks haar CVS haar diploma leerkracht nog behaalde.

Uit: Libelle 20/2020 – Tekst: Annelies Dyck

Meer straffe verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!