Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Getty Images

Verborgen verdriet: Kristien houdt haar zelfmoordpoging verborgen voor haar gezin

Iedereen houdt wel iéts verborgen voor de buitenwereld, maar sommige geheimen wegen zwaarder dan andere… Kristien ondernam vorig jaar een zelfmoordpoging, maar houdt dat angstvallig verborgen voor haar gezin.

Kristien (46): “Begin dit jaar ben ik een tijd opgenomen geweest in een psychiatrische instelling. Buiten mijn man en mijn zoon weet niemand daarvan. En zelfs mijn gezin kent eigenlijk maar de halve waarheid. Ik heb nooit geloofd dat een lichaam kan zeggen: nu stop ik ermee. En toch is dat precies wat mij is overkomen. Ik heb altijd keihard gewerkt, maar begin dit jaar is het licht volledig uitgegaan. Ik heb een zware job met veel verantwoordelijkheden. De laatste drie jaar ben ik volledig in overdrive gegaan, met werkdagen van meer dan 12 uur. Ook thuis bleef ik als een gek doorgaan: het huishouden, onze puberende zoon, de verbouwingen…. Ik probeerde al die ballen in de lucht te houden, maar dat eiste steeds meer zijn tol…

Ik sliep al een hele tijd rotslecht, waardoor ik mijn slaapmedicatie ook steeds vaker overdag begon te nemen. Met alle rampzalige gevolgen van dien: ik voelde me verdoofd, als een zombie, en kon me op het werk nauwelijks nog concentreren. In februari ben ik dan volledig gecrasht en heeft mijn huisarts me een paar weken thuis geschreven. Toen ik daarna terug aan het werk moest, werd het plots heel donker in mijn hoofd. Terug naar dat hectische ritme, dat zag ik gewoon niet zitten… Omdat ik geen andere uitweg zag, heb ik toen een heel radicale stap gezet. Ik schreef een afscheidsbrief naar mijn man, met de boodschap dat hij goed voor onze zoon moest zorgen. Daarna ben ik in bed gaan liggen naast mijn slapende man en heb ik een overdosis slaappillen genomen…

“Toen ik terug aan het werk moest, werd het plots heel donker in mijn hoofd. Omdat ik geen andere uitweg zag, heb ik toen een heel radicale stap gezet”

Maar de volgende dag werd ik, vroeg in de ochtend, gewoon wakker. Blijkbaar was mijn overdosis niet sterk genoeg geweest. Ik haastte me naar de badkamer om te gaan braken. Ik voelde me vreselijk misselijk en geradbraakt en besloot meteen de huisarts te bellen. Voor zij kwam heb ik nog snel mijn afscheidsbrief in kleine stukjes gescheurd en in de vuilnisbak gegooid. Aan de huisarts biechtte ik wel op wat ik had gedaan, maar ik smeekte haar ook om niets aan mijn gezin te vertellen. Dat verdriet wilde ik hen gewoon niet aandoen. De huisarts ging akkoord, op voorwaarde dat ik me meteen liet opnemen in een psychiatrische instelling. Aan mijn man Geert en onze zoon Milan vertelde ik dat ik het mentaal echt niet meer zag zitten. Ze hadden al wel een tijdje door dat het niet goed met me ging. Maar dat het zo slecht met me ging, daar schrokken ze toch van. Over die slaappillen zweeg ik in alle talen….

Die opname voelde als een opluchting: eindelijk stond ik niet meer alleen met mijn problemen. In de instelling leerde ik mensen kennen die ongeveer hetzelfde hadden meegemaakt. Met hen kon ik openlijk over mijn zelfmoordpoging praten. Net omdat ik die mensen na mijn opname nooit meer terug zou zien, voelde mijn geheim bij hen veilig.

Ondertussen ben ik weer thuis, maar ik ben nog lang niet de oude. Hier tussen de vier muren van ons huis voel ik me ook eenzamer dan ooit. Geert en Milan weten natuurlijk wel dat ik het zwaar heb, maar niet hoe diep ik precies heb gezeten. Voor de rest van mijn omgeving, mijn vrienden en familie, hou ik zelfs mijn opname angstvallig verborgen en op mijn werk blijf ik bewust vaag over mijn burn-out. Ik schaam me, zeker tegenover mijn jongere collega’s. Die combineren hun drukke werkleven ook nog eens met jonge kindjes in huis. Dat ik dan ‘kraak’ door een beetje werkdruk, dat is toch flauw? Rond psychische problemen hangt nog altijd een groot taboe. Zeker mensen van mijn generatie en ouder begrijpen dat gewoon niet, zo’n zware burn-out. Mijn vader heeft al eens gezegd: ‘Je bent al zo lang thuis, zou je niet eindelijk eens terug aan het werk gaan?’ Zelfs vrienden hebben vaak geen begrip: ‘Een paar maanden thuis zijn, dat moet plezierig zijn!’ Op zulke momenten voel ik me heel eenzaam…

“Normaal kan ik met mijn man over alles praten, maar mijn psychische problemen… daar loopt hij liever met een boog om heen”

Zelfs bij Geert kan ik niet helemaal open zijn over wat ik voel. Soms overweeg ik weer een opname, maar dat ziet hij echt niet zitten. Omdat hij niet begrijpt waarom het nog altijd zo slecht met me gaat. Zijn onbegrip raakt me nog het meest. Normaal gezien kunnen wij over alles praten, maar mijn psychische problemen… Daar loopt hij precies liever met een wijde bocht om heen. Daarom heb ik Geert ook nog niet over mijn zelfmoordpoging verteld. Ik ben bang dat hij het niet zou begrijpen, of erger nog: dat hij zou denken dat het aan hém ligt. Terwijl mijn wanhoopspoging niets met ons huwelijk te maken had, integendeel. Geert en Milan waren de enige twee die me in die periode gaande hielden. Maar ik ben bang dat Geert dat zo niet zal zien en zélf zal beginnen twijfelen aan onze relatie…

En Milan? Misschien dat ik hem ooit de hele waarheid vertel, als hij ouder is. Maar nu is het daar nog veel te vroeg voor. Ik voel me tegenover hem ook niet schuldig over mijn geheim. Dat mijn zoon zou denken dat mijn poging iets met hém te maken had, daaraan zou ik pas kapot gaan.”

Heeft dit verhaal je geraakt? Zit jij zelf met vragen over zelfdoding? Contacteer dan de zelfmoordlijn op 1813.

Uit: Libelle 33/2020 – Tekst: Margot Kennis & Diny Thomas

MEER OPENHARTIGE VERHALEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes! seconden