Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Zomerverhaal van Santa Montefiore: ‘De waarzegster’

Door De Redactie

Het is lekker lezen bij Libelle: acht weken lang trakteren we je op een zomers liefdesverhaal van bestseller-auteur Santa Montefiore. Deze week: ‘De waarzegster’. Veel leesplezier!

‘Ik verdwijn in de duisternis, stilletjes als een goedkope hoer,’ fluisterde ze, terwijl ze met een lange nagel de contouren van zijn borstkas volgde. Toen schoot ze in de lach, maar het klonk ongemakkelijk. Het voelde ongepast om de spot te drijven met hun relatie. De onbevredigende situatie duurde al te lang, haar minnaar werd ongeduldig en wilde duidelijkheid.

‘Ik wil niet dat je weggaat. Het wordt tijd dat je een keuze maakt.’ Met zijn gevoelvolle dichtersogen nam hij haar onderzoekend op, en uiteindelijk won zijn ongeduld het van zijn behoedzaamheid. ‘Maar je bent niet bereid om voor mij te kiezen, want dat zou betekenen dat je je rijke leventje moet opgeven,’ zei hij geërgerd. ‘Behalve liefde heb ik je niets te bieden. Ik hou oprecht van je, maar daar heb je niet genoeg aan.’

Ze keek hem woedend aan, toen verzachtte haar blik en werd haar boosheid verdrongen door verdriet. ‘Hoe kun je dat nou zeggen? Ik hou ook van jou. Maar ook van mijn kinderen. En die kan ik niet zomaar in de steek laten.’

‘Je kinderen zijn bijna volwassen. Dat heb je zelf gezegd. Ze hebben je niet meer zo nodig als vroeger.’ Hij sloeg zijn armen om haar heen en trok haar tegen zich aan. ‘Ik hou van je, Stella. Ik wil dat we samen zijn. Begrijp dat dan toch!’ ‘En ik hou van jou. Ik hou zielsveel van je. ’s Nachts in bed, naast mijn man, denk ik aan jou. Er gaat geen moment voorbij of ik denk aan ons, aan hoe we samen kunnen zijn zonder dat ik de kinderen verdriet doe. Probeer alsjeblieft nog even geduld met me te hebben. Ik beloof je dat ik bij hem wegga. Echt waar.’

Ze keek om zich heen, naar de vertrouwde zolder, de saaie gordijnen, de kale houten wanden, de stapels nooit gepubliceerde gedichten op het bureau onder het dakraam, stuk voor stuk getuigen van de talloze malen dat ze zinderend de liefde hadden bedreven, met als enige gezelschap het duivenpaartje dat vanaf de vensterbank de drukke straat in de gaten hield, en het zacht knorrende hangbuikzwijntje op de bank. Voor de rest van de wereld bleven de middagen waarop ze hun verboden liefde vierden, zorgvuldig verborgen.

Stella moest zich beheersen om haar lippen niet op de zijne te drukken.

Twee winters daarvóór hadden ze elkaar leren kennen in de boekhandel waar hij boven woonde. Niets had haar kunnen voorbereiden op de overweldigende ervaring van liefde op het eerste gezicht. Van het ene op het andere moment was hij nog het enige wat ertoe deed in haar leven. Ze raakten in gesprek, en terwijl ze naar zijn mond keek had ze zich moeten beheersen om haar lippen niet op de zijne te drukken. Om zichzelf niet te verraden had ze een boek gepakt en er afwezig in gebladerd. Maar hij had haar verlangen herkend, want het verging hem net zo. ‘Ik woon boven de winkel,’ had hij gezegd. ‘Met een varken en een paar duiven als gezelschap. En ik schrijf gedichten die niemand wil uitgeven.’ Hij was in de lach geschoten en de fijne lijntjes rond zijn mond en zijn ooghoeken hadden haar betoverd. Daarop had hij haar uitgenodigd om samen iets te gaan drinken. Ze had ja gezegd en was hem naar buiten gevolgd. Maar na een paar stappen had hij zich naar haar toe gekeerd. ‘Dit is krankzinnig. Wat hebben we in een café te zoeken? Ik wil graag dat je met me mee naar huis gaat, zodat ik je aan Gunter kan voorstellen. Even een pak melk kopen, dan zet ik een pot thee.’

Op de zolder was het koud. Kil en vochtig. En de thee was veel te sterk naar haar smaak. Toch had ze zijn eenvoudige onderkomen aangenaam excentriek gevonden. Gunter het hangbuikzwijntje had haar van meet af aan in zijn hart gesloten en met zijn snuit tegen haar been gewreven.

Toen de thee op was, had ze haar eerste rebelse daad in haar huwelijk gepleegd. En ze had ervan genoten. Ze had zich aan de dichter gegeven met de overgave en de vervoering van de kersverse bekeerling.

Maar sindsdien was de passie enigszins bekoeld. In het begin van hun relatie zou ze er zonder aarzelen met hem vandoor zijn gegaan. Maar destijds was hij er nog niet klaar voor geweest. Vervolgens was ze zijn onvoorwaardelijke liefde als iets vanzelfsprekends gaan beschouwen. Ze was aan haar dubbelleven gewend geraakt en had gretig de vruchten geplukt van zowel haar huwelijk met een rijke man als van haar romantische, geheime verhouding met een arme dichter. Totdat de dichter haar had gesmeekt om bij haar man weg te gaan.

Bij haar minnaar kon ze zichzelf zijn. Maar ze wist dat ze niet zonder haar welgestelde man kon.

Ze rukte zich los uit haar gedachten, en terwijl ze haar minnaar in de ogen keek, besefte ze dat ze hem nooit zou kunnen opgegeven. Hij had haar gered toen ze diepongelukkig was, dankzij hem had ze het leven weer aangekund. Bij haar minnaar kon ze zichzelf zijn; bij hem was ze niet de vrouw van haar man, niet de moeder van haar kinderen. Maar ze besefte tegelijkertijd dat ze niet zonder haar man kon.

Als ze haar hart volgde, zou ze weglopen met haar dichter, zou ze kiezen voor een sober leven, ergens waar de zon altijd scheen en waar ze genoeg hadden aan hun liefde. Want wat betekenden geld en status wanneer de liefde ontbrak? Maar ijdel als ze was, kon ze zich er niet toe zetten haar luxeleven vaarwel te zeggen. Want de keuze om het de rug toe te keren had haar pas doen inzien hoezeer ze van dat leven afhankelijk was; hoezeer ze genoot van haar grote, weelderige huis; hoe comfortabel het was om personeel te hebben; hoe belangrijk ze het vond om er goed uit te zien, iets wat in niet geringe mate te danken was aan haar regelmatige bezoekjes aan de schoonheidsspecialiste.

Toch voelde ze zich ook onweerstaanbaar aangetrokken door de poëtische eenvoud van de dichter en zijn zolderwereld, die een inspirerende tegenhanger vormden voor de wereld van haar huwelijk. Maar ze kon niet alles hebben. Ze zou een keuze moeten maken. Al was het maar omdat de dichter haar daartoe dwong. En als ze nog veel langer aarzelde, bestond de kans dat ze hem kwijtraakte.

‘Goed dan,’ zei ze berustend. ‘Ik zal die heks van je om raad vragen. Misschien kan zij me vertellen wat ik moet doen.’
De dichter nam haar opnieuw in zijn armen. ‘Ik wil je bevrijden van de tirannie en de kille onverschilligheid van je man. Ik wil je zien opbloeien wanneer je eindelijk weer een vrij mens bent.’
Ontwapend door zijn glimlach verdrong ze haar angst en haar rusteloosheid en gaf ze zich over aan het hypnotiserende genot van zijn strelingen.

De volgende dag klopte ze op de deur van de heks. Volgens de dichter had Maggie Broom twee jaar geleden voorspeld dat hij in de boekhandel de vrouw van zijn dromen zou ontmoeten.
Stella zag als een berg op tegen hun gesprek. Want welke keuze ze ook maakte, wat ze ook zou kiezen, het was onvermijdelijk dat het alternatief haar de rest van haar leven zou blijven achtervolgen.

‘Geef me je hand’, zei de waarzegster die in een purperen gewaad op de bank lag.

Maggie lag in een purperen gewaad op de bank, omringd door roodharige katten. Ze had haar vlammend rode haar in een slordige knot bij elkaar gebonden, haar nagels waren vuurrood gelakt en ze liet de kralen van haar ketting door haar vingers glijden en deels tussen haar weelderige borsten verdwijnen. Door de penetrante lucht van kattenpis in de kleine kamer had Stella het gevoel dat ze geen lucht kreeg. Ze moest zich beheersen om niet te kokhalzen.
‘Ik wist dat je zou komen,’ fluisterde Maggie met diepe stem. Ze gebaarde Stella in de gemakkelijke stoel tegenover de bank te gaan zitten.
‘Hoe… hoe werkt zoiets?’ vroeg Stella gesmoord, in de hoop dat het gesprek niet te lang zou duren.
‘Geef me je hand.’ ‘Dus je werkt niet met kaarten? Of met een glazen bol?’ ‘Ik ben geen zigeunerin!’ antwoordde Maggie verontwaardigd. ‘Een glazen bol! Die heb ik niet nodig.’

Stella stak gehoorzaam haar hand uit. Tot haar verrassing voelden Maggies handen koud aan. ‘Aha, ik zie een minnaar! Een dichter. Hij houdt van je.’ Stella zuchtte ongeduldig. ‘En ik zie je man. Allemachtig, wat is hij knap!’ Stella had hem ook ooit knap gevonden, totdat de sleur was in- getreden. Inmiddels kon zijn uiterlijk haar gestolen worden. Ze liet haar blik om zich heen gaan. Alle katten keken naar haar, met een onheilspellende uitdrukking in hun ogen. Ze moest toch al niets van katten hebben, en deze bezorgden haar de koude rillingen.
‘Maar je bent in hem teleurgesteld, en dat begrijp ik. Doordat hij als kind emotioneel is verwaarloosd, is hij niet in staat om liefde te geven.’

Stella staakte haar verkenning van de kamer, plotseling een en al aandacht voor wat de waarzegster te vertellen had.
‘Je man kan niet met emoties overweg. Ik zou hem in dat opzicht zelfs ernstig beperkt willen noemen. Maar dat kon jij niet weten toen je met hem trouwde. Hij was rijk, hij had glamour. Jong en onervaren als je was, dacht je dat hij je alles kon bieden wat je nodig had. Wat hij je niet kon geven, bleef verborgen, doordat hij je verblindde met zijn rijkdom. In zijn gulheid zag jij een bewijs van zijn toewijding, zonder te beseffen dat je in een gouden kooi werd opgesloten. Je werd diepongelukkig, en met wat meer levenservaring zou dat je niet hebben verrast. Zonder liefde is zelfs de grootste rijkdom niets waard. Inmiddels weet je dat. Het is een les die je door schade en schande hebt geleerd. En toen je kinderen je behoefte aan liefde, aan warmte en aandacht niet langer konden vervullen, vluchtte je in de armen van een berooide schrijver. Maar ben je in staat om je materiële welvaart de rug toe te keren? Om te kiezen voor een dichter die je niets anders te bieden heeft dan liefde en een groot, warm hart?’ Maggie lachte schamper. ‘Je hebt je man meer nodig dan je denkt.’
‘Ik kan hem missen als kiespijn,’ mopperde Stella om het luchtig te houden.
Maar Maggie kon er niet om lachen. Haar oogleden begonnen te trillen, alsof ze er plotseling geen controle meer over had. Stella keek als verlamd toe terwijl het gezicht van de waarzegster implodeerde, als een ballon die was lek geprikt.
‘Ik zie een zwarte Porsche,’ zei Maggie zacht. Haar weelderige boezem deinde, haar ademhaling ging haperend.
Stella schoot overeind. Haar man reed in een zwarte Porsche. ‘Ik zie een overlijden. Er gaat iemand dood.’ Maggie liet Stella’s hand los alsof ze zich eraan had gebrand.
‘Wie is het?’ fluisterde Stella dringend. ‘Wie gaat er dood?’ Maggie deed haar ogen open en schudde haar hoofd. ‘Ik zag een zwarte Porsche, en daarna de dood. Meer kan ik je niet vertellen.’

Stella liet zich weer onderuit zakken. Ineens wilde ze niet dat het gesprek nu al zou eindigen. In haar nieuwsgierigheid rook ze zelfs de kattenpis niet meer.
‘Hoe kun je nou zien dat er iemand doodgaat, zonder te weten wie het is?’ vroeg ze gefrustreerd.
‘Soms weigert de dood zijn gezicht te tonen.’ ‘Was het mijn man?’ ‘Rijdt die in een zwarte Porsche?’ ‘Ja.’ ‘Dan moet het je man zijn.’ Maggie trok een kat op haar schoot en begon hem te aaien. Haar hand beefde. De dood wist haar altijd weer te verrassen.
‘Dit is niet het antwoord dat ik had verwacht,’ zei Stella opgewekt. ‘Maar ik ben er wel blij mee.’ Ze stond op. ‘Als mijn man komt te overlijden, dan heb ik het allemaal! Dan hoef ik niet te kiezen. Wanneer gaat het gebeuren, denk je?’
‘Al heel snel.’

Met veerkrachtige tred liep Stella door de regenachtige straten naar de boekhandel waar haar minnaar op haar wachtte. Ze voelde zich schuldig. Ze zou niet blij moeten zijn nu ze wist dat haar man een gruwelijke dood zou sterven. Maar de vreugde die in haar opwelde, liet zich niet verdringen. Ze hoefde niet te kiezen, ze hoefde geen afscheid te nemen van haar status, haar rijkdom. Ze zou als liefhebbende echtgenote een gepaste periode van rouw in acht nemen, en uiteindelijk zou ze haar minnaar aan de buitenwereld voorstellen als de man die haar uit de diepe dalen van de wanhoop had gered en die haar had geleerd opnieuw lief te hebben. Een romantisch einde van een tragisch verhaal. Iedereen zou diep ontroerd zijn. Genietend stelde ze zich de begrafenis voor. Ze zou een strak zwart mantelpakje dragen met zwartleren laarzen om haar benen zo voordelig mogelijk tot hun recht te doen komen; weinig sieraden en bescheiden make-up, net genoeg om eruit te zien als de treurende weduwe, vermorzeld door verdriet. In de toekomst zou niet haar man, maar zij over het geld gaan. Ze zou haar eigen keuzes kunnen maken, ze zou zelf de koers van haar leven kunnen bepalen. Ze zou haar minnaar meenemen naar verre kusten, waar ze bij het geluid van de zee de liefde zouden bedrijven, omringd door de geur van exotische bloemen. Ze zou eindelijk opbloeien, niet alleen dankzij zijn strelingen, maar ook dankzij de macht die ze aan haar onafhankelijkheid zou ontlenen.

Met een doffe dreun beukte de auto tegen haar benen. Ze werd de lucht in geslingerd.

Vervuld van de betoverende toekomst die ze tegemoet ging, keek ze naar het dakraam boven de boekhandel, waarachter licht brandde. En ze stelde zich voor hoe gelukkig haar minnaar zou zijn wanneer ze hem vertelde wat de waarzegster had voorspeld. Verdwaasd van geluk stapte ze van het trottoir de weg op. Het geluid van krijsende banden deed haar opschrikken uit haar gedachten, maar het was al te laat. Met een doffe dreun beukte de auto tegen haar benen. Ze werd de lucht in geslingerd, belandde op de motorkap, sloeg tegen de voorruit. Toen gleed ze door en smakte op het natte plaveisel. Daar bleef ze roerloos liggen, verbijsterd dat het ongeluk háár had getroffen. Ze voelde geen pijn, maar besefte dat het leven uit haar sijpelde met het bloed dat de stenen rood kleurde.

Voordat ze voorgoed haar ogen sloot en weggleed in de eeuwige duisternis van de dood, ontdekte ze een rode kat op de motorkap van de zwarte Porsche. Verbeeldde ze het zich of grijnsde het dier zelfingenomen voordat het van de auto sprong en verdween?

Meer lezen van Santa Montefiore?
Ontdek haar nieuwste roman: ‘Naar de overkant’, uitgeverij Meulenhoff Boekerij B.V., € 20,99 bij Standaard Boekhandel.

Volgende week
Zomerverhaal 7: ‘Een klein avontuur’.

Tekst: Santa Montefiore – Coverbeeld: illustratie Mireille Kouwenberg & foto Getty Images

Meer zomerverhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content