Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Zomerverhaal van Santa Montefiore: ‘Het boek dat fluisterde’

Door De Redactie

Het is lekker lezen bij Libelle: acht weken lang trakteren we je op een zomers liefdesverhaal van bestseller-auteur Santa Montefiore. Deze week het slotverhaal: ‘Het boek dat fluisterde’. Veel leesplezier!

Het was niet het omslag van het boek dat haar aandacht trok en ook niet de titel, want er stond simpelweg: ‘Gedichten, E. H. Knightly’. Het boek fluisterde naar haar. Hoe raar dat ook mag klinken: het boek fluisterde.

Het was stil in de bibliotheek. Er zaten slechts een paar mensen aan de houten tafels, voorovergebogen over hun boeken. Een stelletje verliefde scholieren giechelde vanachter een rij kasten. Maar Holly hoorde of zag niemand. Ze kon het gesis dat vanuit het boek leek te komen niet langer negeren, en greep naar de plank. Zodra ze het boek in haar handen had, viel het open in het midden, alsof het voorbestemd was dat ze precies die bladzijde las. Ik neem je mee, geef me je hand, samen de stad uit, en verder, naar het platteland, over velden zo geel en door bossen zo blauw, waar ik zal dansen in het maanlicht, lachen tussen de hyacinten, samen, samen met jou. Ze glimlachte verlangend; het was alweer jaren geleden dat George haar had gekust in een bos waar elk stukje grond begroeid was met hyacinten. Nu kuste hij haar nog maar zelden.

Holly las het gedicht en werd overspoeld door een stroom van mooie herinneringen.

Ze nam het boek mee en nestelde zich in een van de leunstoelen van de leeshoek. Daar las ze het hele gedicht, zich de lang vervlogen tijden herinnerend waarin alles nog onschuldig was, en zij en George elkaar zo innig liefhadden. Ze werd overspoeld door een stroom van mooie herinneringen – die tranen in haar ogen brachten omdat George de laatste tijd zo afstandelijk en koel was, en hun kussen temidden van de bloemen aan een vorig, gelukkiger leven toebehoorden.

Ze was zich niet bewust van de mensen en de activiteit om haar heen. De gedichten raakten haar diep en maakten iets in haar wakker; een deel van haar binnenste dat al een tijd lang onderdrukt en vergeten was. Misschien omdat ze zo druk was geweest met haar man en kinderen, en ze hierdoor het contact was kwijtgeraakt met haar onbezorgde kant. Maar dit gedicht, het sprak over de liefde die versterkt werd door de natuur – haar geest verlangde er intens naar om weer door dat bos vol hyacinten te wandelen en het meisje te kunnen zijn dat zich zo kon verliezen in de liefde.

Ze verlangde er intens naar om weer dat meisje te zijn dat zich zo kon verliezen in de liefde.

Het was sluitingstijd toen Mrs Gadfly haar op de schouder tikte. ‘Het is tijd om naar huis te gaan,’ zei ze zachtjes. ‘Waarom neem je het boek anders niet mee?’
‘Het is prachtig,’ antwoordde Holly. ‘Welk boek is het precies?’ Mrs Gadfly keek over haar bril heen naar de titel. ‘Hemeltje, ik denk niet dat iemand dit de afgelopen jaren nog heeft ingekeken.’

Holly bladerde naar de eerste pagina om tot de ontdekking te komen dat het boek nog nooit door iemand mee naar huis was genomen. ‘Zijn mensen niet geïnteresseerd in poëzie?’
‘Kennelijk niet,’ zei Mrs Gadfly. ‘Nou, ik vind het geweldig.’ ‘Dan zou je hem een brief moeten schrijven om dat te zeggen. Of haar. E.H. – dat zou zowel een man als een vrouw kunnen zijn, nietwaar?’
‘Ik heb het gevoel dat het een man is. Maar ik weet zeker dat hij zoiets niet van mij wil horen.’
‘En waarom niet? Hij zal dolblij zijn dat iemand zijn werk waardeert. Schrijf gewoon een brief naar zijn uitgever, en die stuurt het dan aan hem door. Als hij nog leeft, tenminste.’
‘Hij is waarschijnlijk al lang dood, en loopt door een veld vol hemelse hyacinten.’ Ze glimlachte en sloot het boek. ‘Maar ik neem hem mee naar huis. Het is echt iets wat ik aan mijn kinderen zou willen voorlezen.’
‘Inderdaad,’ knikte Mrs Gadfly goedkeurend. ‘Laten we hem in het systeem zetten, en dan kun je hem lenen zo lang je wilt. Het is toch niet alsof ze ervoor in de rij staan hier.’

Eenmaal thuis was Holly teleurgesteld dat ze niets over het boek of de auteur kon vinden op internet. Op Amazon was het boek niet leverbaar, en er was nergens een verwijzing naar de auteur te bespeuren. Het had wat droevigs dat zoiets prachtigs niet gewaardeerd leek te worden. Aangemoedigd door een glas wijn en door de zoete geur van haar zopas ontloken herinneringen ging ze naar de website van de uitgeverij en liet een kort berichtje achter.

Toen George thuiskwam keek ze naar hem terwijl hij hun zoon Jack, van tien, hielp met zijn huiswerk. Soms leek het alsof ze beiden hun kinderen opzettelijk gebruikten als een middel om maar niet met elkaar te hoeven praten. Toen hij klaar was, vroeg ze hem naar zijn dag. Hij werkte voor een klein makelaarskantoor in de stad. De markt zat tegen wat het werk moeilijk maakte. Hij klonk moedeloos. ‘Ik heb een poëziebundel van de bibliotheek meegenomen,’ probeerde ze het gesprek op gang te brengen. ‘Ik dacht, misschien spoort het de kinderen wel aan om zelf wat te schrijven.’
Hij trok een afkeurend gezicht. ‘Ik zou niet weten wat ze daaraan zouden hebben.’
‘Ik vind vooral Jack heel creatief.’
‘Verspil je moeite niet, Holly. Gedichten schrijven heeft nog nooit iemand iets opgeleverd.’ Hij liep naar de kast en haalde er een wijnglas uit. Hij was zo afstandelijk tegenwoordig. Ze vroeg zich af waar de man op wie ze verliefd werd was gebleven. Ze vroeg zich af of zij ook zo veranderd was. Misschien waren ze gewoon uit elkaar gegroeid.

Waar was de man gebleven op wie ze ooit zo verliefd was, vroeg ze zich af?

Ze deed de kinderen in bad en bracht ze naar bed. Ze las ze nog een grappig gedicht voor over een muis op een hooizolder. Gesust door het ritme en de speelsheid van de woorden, vroegen ze om nog een gedicht.

Toen Holly naast George in bed stapte wilde ze hem vertellen over het boek. Ooit deelden ze alles samen. Nu deelden ze niets anders dan de kinderen en de oppervlakkige perfectie van hun huishouden. George zette de tv aan en Holly wist dat ze het kon vergeten. De televisie was nog zo’n middel dat hun toestond langs elkaar heen te leven zonder toe te hoeven geven dat hun relatie langzaam aan het afbrokkelen was.

Die nacht huilde Holly voor het eerst sinds jaren. Ze huilde om de liefde die ze verloren was, en de man die naast haar lag – duizenden kilometers van haar vandaan.

De volgende ochtend werd ze verrast door een bericht van de uitgever, die haar liet weten dat de auteur na Gedichten nooit meer iets anders had geschreven. Hij gaf haar een e-mailadres, dat waarschijnlijk niet meer in gebruik was, en wenste haar het beste. Holly begon de auteur onmiddellijk te schrijven. In de veronderstelling dat haar woorden hem nooit zouden bereiken, stortte ze haar hart uit. Ze vertelde hem dat zijn gedicht haar terug in contact had gebracht met een diep, vergeten deel van haar ziel, en hoe hij haar had geïnspireerd om de stad uit te rijden en in de natuur troost te zoeken. Omdat ze zich een beetje schaamde voor deze actie, opende ze een tijdelijk e-mailadres bij Yahoo, en noemde zichzelf Hyacint.

Tussen de middag reed ze naar een boerderij in de buurt. Er liep een voetpad dwars door hun veld, naar een bos waar hyacinten groeiden. Terwijl ze over het paadje liep viel haar oog op de sleedoornstruiken met hun witte bloemen, waar kleine vogeltjes in en uit vlogen. Ze liet haar blik dwalen over de gele velden en de prachtig groene bladeren van de bomen, en vroeg zich af hoe het kon dat ze hier elke dag voorbijreed en nooit iets anders opmerkte dan haar eigen, zware gedachten. Uiteindelijk bereikte ze het bos en daar, in een zee van kobaltblauw groeiden de hyacinten, in hun volle glorie. Haar hart zwol op van vreugde.

Die avond voor het slapengaan vroegen Jack en Esme om nog een nieuw gedicht. George had de televisie al aangezet toen Holly hem meedeelde dat, omdat het morgen zaterdag was, ze met de kinderen eropuit wilde gaan, de natuur in. Tot haar verbazing antwoordde George dat hij ook mee wilde.

In de stralende zon, met slechts hier een daar een schapenwolkje, wandelde het gezin door het bos. George was in gedachten verzonken. Hij sprak nauwelijks. Holly vroeg zich af of de bossen hem ook aan vroeger deden denken, aan hoe het ooit was tussen hen, en ze wou niets liever dan eventjes zijn hand aanraken. Maar zijn blik was ergens ver weg en dus hield ze haar hand in haar zak.

Die avond, toen George in bad zat, checkte ze haar e-mail en vond een bericht van de auteur. Ze was stomverbaasd. Het was niet lang, gewoon een paar zinnen waarin hij schreef dat hij blij en vereerd was met de waardering voor zijn werk. Hij bedankte haar en eronder stond zijn naam: Edward. Het was een korte e-mail, maar ze las erin, tussen de regels door, dat hij verbitterd was over het gebrek aan succes en daarom besloot ze hem opnieuw te schrijven, dit keer wat uitgebreider, hem aansporend om nog eens een boek uit te brengen.

Enkele avonden daarna, in bed, zette George niet de televisie aan maar pakte een boek. ‘Ik heb zitten denken, Holly,’ begon hij. ‘Het is goed dat je de kinderen gedichten voorleest.’ Hij draaide zich naar haar toe, zijn ogen straalden een soort spijt uit. ‘We zouden meer tijd samen moeten doorbrengen.’
‘We wandelden vroeger zo graag in de natuur.’ ‘Ik weet niet waarom we daar ooit mee zijn opgehouden.’ ‘Door het leven.’ Hij draaide zich terug en staarde naar zijn boek. Holly keerde zich op haar zij en sloot haar ogen.

Tijdens de maanden die volgden gebeurden er vreemde dingen. Edward opende zich voor Holly als een soort zonnebloem. Hij deelde zijn verbittering met haar. Zijn vader had nooit een hoge pet op gehad van poëzie en spoorde hem aan om het zakenleven in te gaan. Zijn boek was totaal geen succes geweest, en dus had Edward zijn droom opgegeven, compleet gedesillusioneerd. Maar nadat Holly hem geschreven had, was hij zijn boek opnieuw gaan lezen en voor het eerst in lange tijd voelde hij weer de behoefte om zijn gevoelens in woorden uit te drukken.

Ook George leek, na hun wandeling door het bos, weer een beetje tot leven te komen. Hij kwam ’s avonds vrolijk thuis en begon de boeken die tijden ongeopend naast zijn bed hadden gelegen te verslinden. Holly was niet meer zo gekwetst door zijn afstandelijkheid nu ze Edward had – en stukje bij beetje begon ze verliefd te worden op hem. Maar op een dag vroeg hij haar om elkaar te ontmoeten. Hij vertelde dat hij de komende week in Londen moest zijn, en dat hij het leuk zou vinden om elkaar in het echt te spreken. Hij stelde een pub voor op Fullham Road. Hij zou een blauwe bloem in zijn knoopsgat dragen. En dat zou zij dan ook kunnen doen. De romantiek spatte ervan af, en ze kon geen nee zeggen.

Maar tijdens het weekend sloeg de twijfel toe. George stelde voor om te gaan picknicken en terwijl ze de heuvel opliepen, pakte hij haar hand. Het voelde niet vreemd, maar vertrouwd, als thuiskomen. Ze glimlachte bijna verlegen. Hij kneep in haar hand en glimlachte terug. ‘Weet je nog?’ vroeg hij.
‘Ja,’ antwoordde ze. ‘Ik weet het nog.’

Het werd donderdag. George ging naar zijn werk. Holly bracht de kinderen naar school en zat daarna in de auto, zich af te vragen wat ze moest doen. Ze had de bloem in haar handen, en voelde zich een beetje ongemakkelijk. Het was niet Edward van wie ze hield, maar haar man. Edwards gedichten hadden in haar een verlangen aangewakkerd, maar dat verlangen was naar haar man, niet naar hem.

Ze reed naar huis en stuurde Edward een mail. Het spijt me enorm, maar ik kan niet komen. Ik heb je nooit verteld dat ik getrouwd ben en dat ik van mijn man houd. Ik ben je erg dankbaar voor je vriendschap, toen ik dat zo nodig had. Maar mijn beste vriend is hier, hij was alleen een tijd lang zoek. Jouw poëzie heeft me geholpen om hem weer terug te vinden.

Zijn lippen vonden de hare. Precies zoals hij haar ooit had gekust in het hyacintenbos.

Ze besloot een taart te bakken om haar zenuwen wat tot bedaren te brengen. Hoe had ze alles wat haar lief was bijna op het spel kunnen zetten? Toen ze de taart aan het versieren was hoorde ze de voordeur opengaan. George kwam binnenlopen, stralend. Hij droeg een blauwe bloem in zijn knoopsgat. Holly stond op met tranen in haar ogen. ‘Edward?’ bracht ze uit. ‘Jij bent het!’

Hij knikte, een beetje schuldig. ‘Ik probeerde al een tijdje een manier te bedenken om het aan je te vertellen. Maar het ging zo goed tussen ons, dat ik het niet wou verpesten.’
‘Wanneer wist je het?’ Hij trok haar in zijn armen. ‘Dat ik een idioot was geweest? Ik denk na je derde e-mail. Niemand houdt zo veel van hyacinten als jij, Holly – en ik zag je het boek voorlezen aan de kinderen.’

Haar ogen schoten vol. ‘Het spijt me zo…’ ‘Nee Holly, het spijt mij. Ik ben zo stom geweest. Het idee dat ik je bijna kwijt ben geraakt, alleen maar omdat ik zo bezig was met mezelf, en mijn gebrek aan succes. Jouw geloof in mijn schrijven heeft alles veranderd. Ik heb het weer opgepakt, dankzij jou, en ik voel me een nieuw mens.’
‘Ik wil geen nieuwe man, George. Ik wil gewoon de oude weer terug.’
‘Die is nooit echt weggeweest. Hij was alleen zijn zelfvertrouwen kwijtgeraakt.’ Hij grijnsde schaapachtig. ‘Dankzij Edward weet ik dat je nog steeds van me houdt.’ Ze kreeg geen kans om nog te antwoorden want zijn lippen hadden de hare gevonden, precies zoals hij haar ooit gekust had in het hyacintenbos. Ze sloot haar ogen en herinnerde het zich allemaal weer. Ik neem je mee, geef me je hand…

Meer lezen van Santa Montefiore?
Ontdek haar nieuwste roman: ‘Naar de overkant’, uitgeverij Meulenhoff Boekerij B.V., € 20,99 bij Standaard Boekhandel.

Tekst: Santa Montefiore – Coverbeeld: illustratie Mireille Kouwenberg & foto Getty Images

Meer verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!