Tips voor je gazon: het gras is altijd groener…bij jou thuis!

Tips voor je gazon: het gras is altijd groener...bij jou thuis!

Het tuinseizoen is nog niet echt begonnen, maar je kunt toch al veel doen om straks een prachtig groen gazon te hebben.

Tiptop gazon

  • Wil je deze zomer genieten van een prachtig glad en groen gazon? Begin er dan nu aan. Het succes van een tiptop gazon begint vroeg in de lente. Gras dat goed verzorgd en goed gevoed is, recupereert snel van de winter en ligt er voor de eerste maaibeurt weer vol en frisgroen bij.
  • Afhankelijk van hoe oud je gazon is, hoe sterk het belopen of bespeeld wordt, en op welke bodem het ligt, heeft een grasmat meer of minder verzorging nodig.
  • Een ding is zeker: wie z’n gras niet te kort maait, met een mulch- of robotmaaier werkt, en niet te veel last heeft van schaduw zal het minst naar zijn gazon moeten omkijken.
  • Gelukkig zijn er voor de andere gazoneigenaars steeds meer ‘gemakkelijke’ middelen waarmee je met één strooibeurt tegelijk het mos aanpakt, je gazon bekalkt en voedt.
  • Probeer ook wat tolerantie te kweken voor de bloempjes in je gazon: onkruidbestrijders zijn echt niet goed voor het milieu.

Tijd voor een nieuw gazon? De beste periode om te zaaien is tussen eind april en juni, of in september.

Stappenplan voor een gezond gazon

Doen in februari:

  • kalk strooien
  • mos aanpakken
  • verticuteren

1. Niet te kwistig met kalk

Kalk is de geheime bondgenoot van mest: het zorgt ervoor dat de graswortels de meststoffen beter en sneller opnemen. Kalk houdt ook de natuurlijke verzuring van je gazon, onder meer door de (zure) regen, tegen. In een zure grond kan gras de voedingsstoffen moeilijk opnemen en dan wordt het dof en schraal.

Helaas strooien we vaak nodeloos kalk, zo blijkt uit de duizenden tuinbodemstalen die de Bodemkundige Dienst van België elk jaar analyseert. Laat dus eerst een bodemanalyse uitvoeren (onder andere via www.bdb.be, circa 70 euro) of analyseer zelf de grond van je gazon: er zijn heel gemakkelijke doe-het-zelfsetjes te koop. Die kleine kostprijs weegt niet op tegen het jarenlang nutteloos kalk strooien.

Blijkt je grond toch te zuur, kalk dan eerst, voor je mest strooit. Idealiter wacht je minstens twee weken voor je met mest begint. Strooi kalk uit voor een regenbui, zo lost de kalk het snelst op. Reken op 10 kg kalk voor 100 m².

2. Mos: bestrijden met zachtheid!

Mossen zijn symptomatisch voor gazons met weinig zon die niet bemest worden, en waarvan de grond is dicht geslempt of chronisch vochtig blijft. Houd je bovendien van een superkort gazon, dan is je grasveld een open uitnodiging voor de mosfamilie.

Het mos elk jaar bestrijden met agressieve producten heeft geen enkele zin als je het echte probleem niet aanpakt. Onder een boom zal gras de strijd met mos altijd verliezen: zaai daar schaduwminnend gazon of plant schaduwplanten.

Hark mos nooit zomaar uit het gras zonder behandeling vooraf; op die manier verspreid je de sporen en maak je het alleen maar erger. Behandel het eerst met een biologische mosbestrijder zoals Mosvreter van ECOstyle, COMPO Antimos of OSMO Gazon Clean; in tegenstelling tot de chemische producten tasten deze het bodemleven niet aan. Na een dag zie je het mos al verkleuren, na een week kan je het dode materiaal wegharken.

Tip: Is je grond te zuur, dan lost een kalkbehandeling gespreid over 3 jaar het mosprobleem grotendeels op. Een chronisch natte grond zul je moeten draineren.

3. Anti-mos + mest

Waarom zou je het jezelf niet gemakkelijk maken? Zowat elk tuinmerk heeft een combi gazonmeststof die tegelijk het mos doodt én het gras voedt. Neem er een zonder schadelijke bestrijdingsmiddelen, die geen vlekken op klinkers, tegels of kledij achterlaten. Het mos kleurt langzaam geel en sterft af, terwijl de meststoffen ondertussen het gazon voeden. Hark het dode mos na 2 of 3 weken weg, of verticuteer je gazon.

4. Verticuteren, moet dat wel?

We zijn het zo gewend, en de buurman doet het ook, en toch is al dat geverticuteer vaak overbodig.  Verticuteren doe je om de viltlaag (dus niet het mos!) uit je gazon te halen.Helaas zijn de nadelen groter dan de voordelen: je haalt ook de nuttige humuslaag weg, en dunt het gazon uit waardoor onkruid en mos net meer kans maken.

Vermijd viltvorming door je gazon elk jaar voldoende te bemesten (en te bekalken, indien nodig), en het niet te kort te maaien. Wie zijn gras maait met een mulchmaaier of een robotmaaier, zal zelden last hebben van vilt.

Alleen als je na een mosbehandeling nog een dikke viltlaag in je gazon treft, is verticuteren nodig. Doe het twee weken na de mosbehandeling, met een speciale hark, of een (gehuurde) verticuteermachine. Strooi er daarna meteen een laagje fijne compost overheen en zaai kale plekken opnieuw in met herstelgazonzaad.

Je hebt ook speciale gazonmeststof voor na het verticuteren, zoals OSMO Verti Gazon + Humifirst of Evergreen Triofert, die zorgen voor een betere wortelontwikkeling en een vlottere opname van de voedingsstoffen, zelfs bij lage temperaturen, zoals nu.

Doen in maart:

  • repareren
  • onkruid aanpakken
  1. Repareren: weg met die kale plekken

Molshopen, slijtplekken onder de schommel of aan de voetbalgoal of een intense antimosbehandeling kunnen kale plekken achterlaten. Herstel ze nu meteen; na een maand zie je er al niets meer van. Hark de bovenste grondlaag los, maak de aarde fijn, vul eventuele putten op, vul aan met een laag potgrond en strooi er gazonherstelzaad overheen, of hetzelfde graszaadmengsel dat je gebruikte om je gazon aan te leggen.

Bedek met een fijn laagje compost of potgrond, druk goed aan en geef voorzichtig water. Hou vochtig tot het zaad kiemt.

Het kan nog makkelijker, met een kant-en-klare gazonhersteller, die graszaad, meststoffen en potgrond in één korrel omvat (bv. Evergreen Patch Magic) of een kant-en-klare ‘patch’ zoals COMPO Easy Pad, die je gewoon op de kale plek legt. Daarmee staat je gras al na een week boven.

Verschijnen er onverwacht kale plekken in je gazon, dan kan dat duiden op engerlingen, de larven van de mei-, juni-, of rozenkever die aan de wortels van het gras vreten. Graaf eens onder de grasmat en je ziet die best wel dikke larven meteen zitten. Bestrijd ze met insectenetende aaltjes (Heterorhabditis bacteriophora), die je in het tuincentrum bestelt (onder meer van ECOstyle, Biogroei of DCM Naturapy). Je mengt ze door het gietwater en besproeit er je gazon mee. Dat kan helaas niet meteen, de bodem moet eerst wat opgewarmd zijn (vanaf 13 °C), vanaf juni.

2. Onkruid bestrijden of tolereren?

Zit er ook nog eens veel onkruid in je gras? Voorlopig bestaan er nog geen biologische onkruidbestrijders voor gazon. Tuinier je ecologisch, dan zit er niets anders op dan het onkruid te tolereren (al kun je madeliefjes toch moeilijk onkruid noemen?) of manueel te verwijderen. In het andere geval behandel je je gazon met een gazonherbicide.

Voor paardenbloemen heb je handige onkruidtrekkers op een steel, waarbij je met weinig inspanningen de penwortels succesvol uit de aarde trekt. Wil je het jezelf heel makkelijk maken, behandel je gazon dan met een (niet-biologisch) combinatieproduct, dat tegelijk je mos en onkruid aanpakt én je gazon voedt, zoals DCM Trio Gazon of Evergreen Complete 3-in-1. Een behandeling per jaar is voldoende.

Weetje: Klavertjes wijzen op voedseltekort: verwen je gazon met extra meststof en maai het minder kort.

Doen in april:

  • bemesten
  • maaien

1. Bemesten: hou het organisch!

Een gazon dat goed gevoed is, zal minder last hebben van mos, droogte en vorst. Bemest je gazon altijd met organische meststoffen: die zijn beter voor het milieu dan kunstmest en werken geleidelijker en vaak ook langer.

Let op de NPK-formule: wordt die gevolgd door een cijfer tussen haakjes, dan zit er extra magnesium in, wat een intens groene kleur geeft. Reken op 100 gram per m². Pas aangelegd gazon geef je het eerste jaar geen mest. Een klein gazon strooi je met de hand, op een windvrije dag; voor een groot gazon gebruik je een strooier op wielen. Doe het net voor een regenbui, dan worden de meststoffen snel opgenomen. Wacht met maaien tot één week na de bemesting.

Wees geen slaaf van je gazon – een jaarlijkse mestbeurt volstaat, al vermelden de verpakkingen meestal 2 tot 3 beurten per jaar. Vergeet niet dat hoe meer mest je strooit, hoe meer je ook moet maaien. Overschrijd de dosis niet: je gras heeft ook z’n limieten en kan maar een bepaalde hoeveelheid opnemen. En het teveel vloeit met het regenwater weg en vervuilt je grondwater.

Tip: Verwen je gazon een keertje met een ‘meststof met een plus’, met extra bodembacteriën, humuszuren of mycorrhiza-schimmels, zoals ECO+ van ECOstyle. Die stimuleren je gras om sneller nieuwe wortels aan te maken en voller en groener te groeien.

Weetjes:

  • Bemesten doe je beter gespreid over 2 keer, dan eenmalig in de lente. Leg de hoofdbemesting in maart of april, en strooi een tweede keer in juni.
  • Speelgazons en gazons op lichte zandgrond hebben meer mest nodig dan siergazons, of een grasmat op zware klei.

Zo bemest je

  • Strooi de korrels net na een maaibeurt uit.
  • Doe het bij vochtig weer, of wanneer er heel snel regen voorspeld is.
  • Wacht tot de temperatuur boven 10°C komt.
  • Strooi in 2 keer, loodrecht op elkaar.

Help, mijn gazon ziet bleekjes!

Ziet je gazon er na de winter heel erg vergeeld uit, of is het heel mager, na een grondige verticuteerbeurt? Zoek dan een gazonmest met een kickstart, zoals Evergreen Greenmax of DCM Gazonstart, die al na 2 weken voor frisgroen gras zorgt.

Maaien: hoe meer, hoe beter

Hoe meer je maait, des te mooier je gazon er bij ligt. Al die knipbeurten stimuleren je gras immers om voller te groeien en om nieuwe sprietjes aan te maken. Probeer vanaf nu zeker elke 10 dagen te maaien, tenzij het vriest of het lange tijd koud of nat is.

Tussen mei en augustus moet het minstens een keer per week gebeuren, bij warm en vochtig weer het beste elke 4 dagen. Geef je gazon vooral geen superkorte maaibeurt: stand 4 van je maaier is ideaal. Zet voor de eerste maaibeurt je machine een stand hoger: lang gras maai je beter geleidelijk. Maai het twee dagen later opnieuw, op de normale hoogte. Een intens belopen speelgazon mag je hoger maaien dan een siergazon met weinig passage.

Weetje: In langer gras maken mos en onkruid minder kans.

Laat het grasmaaisel liggen

7 jaar lang onderzocht het Centre Technique Horticole de Gembloux het effect van grasmaaiers op het gazon. Daaruit blijkt dat mulchen, en dus de grassnippers laten liggen, veel beter is voor je gazon dan ze op te vangen en af te voeren. Die grassprieten remmen de viltvorming af en stimuleren de micro-organismen, zodat je gazon beter groeit. Het gras is ook mooier en gelijkmatiger groen, doordat het profiteert van de stikstof die de grassnippers afgeven.

Een gemulcht gazon moet je dus ook minder bemesten. Enig aandachtspuntje: je moet regelmatig maaien. In het groeiseizoen is dat 2 keer per week, met een mulchmaaier; laat de robotmaaier 3 tot 4 dagen per week rondjes rijden.

Tekst: Laurence Machiels • Foto’s Getty Images en Gap Photos

Lees hier nog meer grastips van onze groenexperte Laurence Machiels

Ook interessant:

 

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)